Inlogformulier  

   
   

Wormen

De worm is één van de meest natuurlijke aassoorten en vrijwel voor alle vissen inzetbaar. Niet alleen baars en paling, maar ook brasem, voorn en zelfs snoek en snoekbaars zijn ermee te vangen. Er zijn dus maar weinig vissen die een worm niet als hapklaar lekkers beschouwen. Wat is het succes van de worm ? Ten eerste werkt het kronkelen van de pier behoorlijk eetlustopwekkend. Daarnaast verspreidt elke worm die aan de haak geprikt is, een sterke geur, vooral als ze doormidden geknipt worden.

Wormen
De worm is één van de meest natuurlijke aassoorten en vrijwel voor alle vissen inzetbaar. Iedereen die als klein meisje of jongetje te vissen is geweest weet dat de worm een goede aassoort is om meerdere vissoorten te vangen. Ook voor de specifieke witvisserij is de worm onmisbaar. Het is een natuurlijke aassoort voor de witvis en wekt geen argwaan bij de vis. Vroeger werd er veel gebruik gemaakt van de regenworm of een enkel mestpiertje. Het vissen met wormen biedt zoveel mogelijkheden dat men tijdens een visdag bijna niet zonder kan.Tegenwoordig biedt de handel ook andere soorten aan. Vooral de z.g. Canadese springers worden nu veel gebruikt. De wormen zijn meestal te vinden in mesthopen, onder stenen, waar de grond vochtig is of in afvalhopen. Ook zijn zij uit de grond omhoog te brengen door een trilling aan te brengen. De meeste soorten kan men uit de tuin uitgraven. Steek een riek in de grond, schud met de riek en de wormen komen tevoorschijn. Wacht tot de wormen volledig uit de aarde zijn, als ze terug kruipen zijn ze niet meer te pakken. Mestwormen haalt men uit de composthoop. De rode wormen haalt men in een winkel waar men visspullen verkoopt. Vroeger gebeurde het ook wel door elektrische stroom door de grond te leiden, maar dit is reeds meermalen gebleken een gevaarlijke bezigheid te zijn. Door de handel worden kweekbakken verkocht, waarin wormen kunnen worden gekweekt, doch in een eigen afvalhoop, in een hoekje van de tuin lukt het ook. Laten we de soorten eens beschrijven.


De Regenworm
Dit is de aardworm die bij hengelaars ook bekend staat als "kruiper" of "blauwkop". De gewone regenworm is vrij gemakkelijk zelf te steken, vooral in grond met een hoog kleigehalte. Wanneer u een grasveldje in de buurt heeft, zal een maaltje regenwormen niet moeilijk te vinden zijn. Een vork en enig uithoudingsvermogen leveren al gauw een mooi volle bak wormen op. Vaak heeft de regenworm een afmeting die we als wedstrijdvisser te groot vinden. Daarnaast heeft de regenworm het nadeel om al gauw uitgeblust in een lange sliert aan de haak te hangen. Niet erg geschikt als haakaas dus. De regenworm is echter wel zeer geschikt om door het grondvoer te mengen.



De Dauwworm
De dauwworm is de grootste van de vier, maximale lengte van 30 cm. Je vindt hem bij vochtige nachten in weides met pas gemaaid gras. Met de zaklamp ga je het veld in en zoekt het gras af. Wanneer je er een vindt, pak je hem net achter de kop en trekt hem rustig terug. Dauwwormen kun je gesneden of in een bundeltje gebruiken. Bijzonder effectief is de dauwworm bij hoogwater in de beek of rivier. De grote dauwworm is niet geschikt om als haakaas te dienen. Hij is veel te groot en te zwaar. Wel is het aan te raden eens dauwpieren te gebruiken door het grondvoer. Door de dauwpieren in kleine stukjes te knippen, krijg je met weinig wormen redelijk veel wormenvlees. Ook bloeden dauwpieren flink, wat een lokkende werking heeft.


De Mestpier
Deze kleine felrode kronkelaar vind je in mesthopen en varkensmest. Het mestpiertje wordt al lang gebruikt door de sportvisser. Dat is ook terecht. Het mestpiertje kunnen we krijgen in verschillende maten en is daarmee uitstekend geschikt als haakaas. Ook heeft de mestpier de goede eigenschap beweeglijk te zijn, iets dat een haakaasje natuurlijk aantrekkelijker maakt. Wanneer je hem doormidden snijdt of aan de haak prikt, komt er een sterk riekende, gele vloeistof vrij die de vis echt wakker maakt. Mede daarom is dit in het voor- en najaar een topper. Belangrijk is dat we vissen met ‘schone’ pieren. Wanneer u zelf mestpiertjes kweekt of misschien bij een boer uit de mesthoop haalt, is het belangrijk dat u de pieren in schone grond zet voordat u ze voor de wedstrijd kunt gebruiken. De mestpiertjes zullen de schone grond opvreten en daarmee verliezen ze de mestgeur. Twee dagen in schone grond is meestal wel voldoende.


Canadezen
Tegenwoordig biedt de handel ook wormen aan die oorspronkelijk uit Canada komen. Deze wormen hebben voor de sportvisserij ideale eigenschappen. Zij zijn vrij stevig en erg beweeglijk. Ze worden ook wel springers genoemd. Beide eigenschappen zorgen ervoor dat ze perfect op de haak blijven zitten en ook nog eens veel bewegingen maken, wat de aandacht van de vis trekt. De wormen zijn in verschillende maten te verkrijgen en daarmee zijn ze een favoriet haakaas.


Grondvoer
Wormen zijn zeer geschikt om door het grondvoer te mengen samen met casters. Veel wedstrijdvissers knippen de wormen eerst een paar keer voordat ze door het voer gemengd worden. Dit heeft twee voordelen. Door de worm doormidden te knippen zal hij licht bloeden, wat een lokkende werking heeft. Het tweede voordeel is dat door de worm te knippen hij zeer beweeglijk wordt maar toch niet weg kan kruipen. Er zijn wedstrijden aan het IJsselmeer of grote rivieren e.d. waar het bekend is dat er zonder wormen niets gevangen wordt. Bij deze wedstrijden worden liters wormen verbruikt. Vooral bij het feedervissen worden de korven dan volgepropt met wormen. Het is belangrijk om de wormen niet te lang in het voer te laten zitten omdat ze, zeker bij warm weer, vlot sterven. Het is dan ook zaak om steeds een kluitje wormen op het voer te leggen en deze pas te mengen en te knippen op het moment dat de korf gevuld wordt of op het moment dat we besluiten bij te voeren. Heeft u niet voldoende wormen, dan kunt u ook gebruik maken van een wormenextract. Dit zijn sterk geconcentreerde flavours die we gemakkelijk door het voer kunnen mengen. Hoewel we dan wel de geur van wormen in het voer hebben zal de vis geen wormen aan treffen. Het is dus wel zaak om in ieder geval enkele wormen door het voer te mengen. Vijand nummer-1 van alle wormen is zon en warmte. Bewaar wormen altijd in een koelbox of koeltas en zet wormen nooit in de volle zon. Door ze in vochtig krantenpapier te bewaren blijven de wormen in tiptop conditie.


Op de haak
In eerste instantie kan een worm op verschillende manieren op de haak gezet worden. De vis grijpt bijna altijd het einde waar de geur vandaan komt, daarom dient de doormidden gesneden worm aan de snijkant aan de haak geslagen worden. Er zijn nog steeds sportvissers die een worm in zijn geheel op de haak willen rijgen. Het resultaat hiervan is dat de worm niet of nauwelijks beweging vertoont terwijl we juist het haakaas aantrekkelijk willen maken. Het beste is om de worm op driekwart van de kop door te steken en daarna de kop op de haak te prikken. Er blijft dan een flink stuk van de worm vrij en juist dit stuk beweegt. Bij het gebruik van kleinere mestpiertjes is het vaak al voldoende om ze alleen door de kop te prikken. De kansen om de vis te verspelen worden zo aanzienlijk verkleind. Wel zullen we iets meer geduld moeten hebben bij het aanslaan om de vis de kans te geven niet alleen het losse stukje te grijpen. Ook is een klein stukje dauwpier wel eens succesvol. Een klein stukje bloedt aan beide kanten en zal extra geur in het water verspreiden. Een worm op de haak moet levendig zijn, dus regelmatig vervangen is in ieder geval het advies. Op zompige bodems is het beter de worm drijvende aan te bieden zodat hij niet wegzakt en de vis hem goed kan vinden. Dit kan door een stukje piepschuim op de haak te prikken, of door met een injectiespuit een beetje lucht in de worm pompen. Probeer de worm ook eens een combinatie met een ander aas samen op een haak. In de wedstrijdvisserij zijn vooral de combinatie worm-caster, worm-maïskorrel en worm-made erg populair.


Bijvangsten
Wanneer we veel wormen door het voer mengen lopen we het risico ook paling te lokken. Paling is een vissoort die voor elke wedstrijdvisser een drama kan zijn. Veelal kost het ons een onderlijn of zelfs de gehele montage. Het is zaak om dan voorzichtig om te gaan met het bijvoeren van wormen of andere aassoorten. We willen immers brasem vangen en geen paling.


pierenbakZelf mestpieren kweken
Een gemiddelde wedstrijdvisser die elk weekend wel een wedstrijd vist gebruikt in een seizoen flink wat wormen. Tijdens het vissen op witvis heeft men zeer dikwijls mestpieren nodig, hetzij om te verwerken in het lokaas (verknipt) of om als aas te gebruiken aan de haak. Zeker wanneer er wedstrijden op groot water bij zitten. Wanneer al deze wormen gekocht moeten worden zal de rekening aardig oplopen. Veel wedstrijdvissers worden op een of andere manier wel gesponsord. Voor de wat minder gelukkigen onder de wedstrijdvissers is er de mogelijkheid om zelf wormen te kweken. Vooral de mestpiertjes zijn op eenvoudige wijze goed te kweken en kosten in de handel al vlug € 0.10 á € 0.20 per stuk. De methoden variëren van een simpele composthoop tot een complete kwekerij met verschillende kweekbakken. In de handel kunt u boekjes krijgen waarin het kweken van wormen uitgelegd wordt. Voor de wedstrijdvissers die beginnen met het kweken van wormen een absolute aanrader !! Een goede Engelstalige website is die van Worm Composting (Vermiculture), waar ook het één en ander wordt uitgelegd.

Werkwijze:

  • Allereerst hebben we een geschikte bak nodig. Zeer handig hiervoor is een kattenbak vanwege de open schuine deksel die hierop zit. Deze verhindert de pieren om uit de bak te kruipen en kost niet veel. Andere geschikte bakken zijn houten boxen, wastobbes, of andere gesloten containers. Er mag geen licht in kunnen. Ze moeten ongeveer 100 x72 x 40 cm zijn. Ze moeten wel waterdicht zijn en behandeld tegen vocht en schimmels.
  • In deze bak legt men vanonder een laag vochtige turf vermengd met wat tuingrond. Gebruik goede aarde om te starten. Meng hierdoor 1/3 organisch materiaal. (verrot of dode vegetatie). Vermijd zandige of kleigrond. Vul de bak met ongeveer 20 tot 25 cm aarde. Maak de aarde vochtig maar niet nat. Wormen voeden zich hoofdzakelijk met cellulose. Deze grondstof is te vinden in papier. Gebruik hiervoor oude kranten, maar verwijder alle glanzende kleurenreclames en week de papiersnippers in leidingwater.
  • Bovenop de grond met turf, kunnen we nu ons fruitafval en koffiedrap kwijt. Mestpieren vinden koffiedrap een ware lekkernij. Voeg ook ander voedsel toe: b.v. ½ kilo proteïne rijk voedsel zoals gemalen varkens of kippenvoer gemengd met ¼ kilo varkensvet of goedkoop fijngemalen groenten en dit in de bovenste 8 cm aarde. Hier kan men ook maïsmeel aan toevoegen.

    Kweekt men zelf mestpiertjes, dan kan men ze een mooie rode kleur geven door gesneden rode bieten onder hun voedsel te vermengen. Wil men zoete mestpiertjes dan mengt men afval van appels en druiven onder hun voedsel.
  • Na een week kan men een stuk of tien grote pieren in de bak zetten, die na ongeveer drie á vier weken al enkele honderden (kleine witte) nakomelingen zullen hebben. Ondanks dat regenwormen mannelijke en vrouwelijke voortplantingsorganen bezitten moeten regenwormen toch paren om zich te kunnen voortplanten. Eieren worden gevormd in een slijmerige buis die wegglijdt over de worm zijn hoofd en die een cocon of capsule vormt die de eieren uitbroedt.Uit de eieren ontwikkelen zich zeer kleine wormen en deze kruipen eruit wanneer de tijd daarvoor gekomen is. Cocons variëren in grootte en vorm en zijn ongeveer tussen een halve tot bijna 1 cm groot.
  • De kweekbak moet in een frisse, beschermde plaats staan. Men plaatst de bak best ergens waar het tussen de 18°C en 25°C is (bv in kelder naast verwarmingsketel). De vochtigheid van de bak houdt je op peil met een plantensproeier. Onderhoud de kweek bij een temperatuur van 15 tot 18 °C gedurende de koudste dagen door de kweekbak te bedekken met een kartonnen doos. Zorg voor een thermometer. Warmte kan voorzien worden door een lamp te plaatsen binnen de kartonnen doos. Wees voorzichtig dat er geen brand ontstaat. Jonge wormen zullen dan vijf tot zes weken na het “planten” uitkomen.
  • Voorzie een goede drainage door middel van kleine openingen bedekt met een fijn raster. Hou de grond vochtig maar niet nat door te sproeien.
  • Wormen moeten regelmatig gevoed worden. Per maand geeft men een kwart kilo per 30 cm³ kweekruimte. Eén of twee keer per week voedsel geven is voldoende want voedsel dat niet opgegeten wordt zal de grond verontreinigen. De vochtigheid van de grond blijft voldoende hoog wanneer er bevochtigd wordt telkens als er voedsel wordt toegediend.
  • Wanneer er pieren bovenop de grond komen liggen of eruit willen kruipen, scheelt er iets en kan je best opnieuw beginnen.
  • Om geurhinder te voorkomen van het rottende afval kan je het geheel afdekken met een laag gedroogde bladeren.
  • Best maak je ieder seizoen een nieuwe kweekbak. De door de pieren verwerkte grond is zeer goed voor bloemen en kamerplanten.
  • Je moet wel in het oog houden dat de bak niet verzadigd raakt met pieren, want anders zal er massale sterfte optreden. Sommige snelgroeiende wormen zijn na drie tot vier maanden volwassen. Op hun beurt starten ze dan hun broedcyclus. De eieren worden gelegd op de bovenkant van de aarde met een maandelijkse interval. Iedere eicapsule bevat 5 tot 15 baby wormen. Wanneer gestart wordt met twee broedbedden zal er reeds geoogst kunnen worden binnen vijf maanden en vanaf dan kan men blijvend oogsten.
  • Wanneer men zeer veel pieren nodig heeft, kan men in plaats van de kattenbak ook een grotere bak bv. een hobbydoos nemen.
  • De wormen kunnen verzameld worden door de bak leeg te maken en de wormen met voldoende grootte te sorteren. Sommigen verwijderen de wormen uit de grond door de grond te verhuizen naar een 10 liter emmer waar deze dan 30 minuten blijft staan. Doe de bovenste laag van de grond terug in de kweekbak en de meeste wormen zullen achter blijven op de bodem van de emmer. De aarde kan bewaard blijven en overgezet worden naar een nieuwe box want de eicapsules zijn klaar om een nieuwe kolonie te beginnen. Ongebruikte wormen kunnen ingezet worden als verwekkers.
  • Voordat je met de wormen gaat vissen kan je ze eerst nog voor een dag of vier in sphagnum mos plaatsen om zich te reinigen. De wormen zullen dan bijna doorschijnend maar ook levendig en een beetje ruw worden.
  • De wormen kunnen het best bewaard worden bij een temperatuur van 8-10 °C.

Het onafhankelijke Nederlands Instituut voor Aardworm-Culturen (NIAC) zet zich in voor een verdere professionalisering van de wormenbranche en onderwijs, onderzoek, alsmede voorlichting m.b.t. aardwormen in de breedste zin van het woord. Ook particulieren, bijvoorbeeld zij die zich bezig houden met hengelsport. Kijk eens op hun website voor info en voor de aanschaf van een eigen kweekset. De unieke, innovatieve Aasworm-Zelkfkweekset stelt u in staat, uw aaswormen op een eenvoudige en reukloze manier zelf te kweken. Dit kan in een hoekje op zolder, in uw kelder of zelfs in uw huiskamer! U heeft straks voor uw hengelsport altijd honderden verse, levendige wormen in alle formaten bij de hand! Deze zelfkweekset bestaat uit een laboratoriumschaaltje met minstens 10 verse aasworm-eitjes, een uitgebreide gebruiksaanwijzing, calciumcarbonaat (kalk) en ijzerhoudend krachtvoer voor de jonge wormpjes.

Veel succes!!