Aas

Aas is het stukje voedsel voor de vis, dat hem er toe verleidt in het haakje te bijten. Want het vissen zonder aas is een ondoenlijke zaak. Hoewel het wel eens gebeurt, dat een baars het kale haakje pakt of zelfs een peilloodje. Het aas is een onderwerp waar eindeloos over is geschreven en kan worden. Wij zullen ons echter tot de hoofdzaken beperken. In de eerste plaats moeten we ons realiseren, dat het aas iets aantrekkelijks moet hebben voor de vis. Hij moet het herkennen als eetbaar, of het moet iets zijn, dat als eetbaar er uitziet of zodanig ruikt. Het kan ook zijn, dat het iets is, wat alleen daar ter plaatse voor de vis als zodanig wordt gekend.

Er is een bekend verhaal, dat in de buurt van Leiden een fabriek stond, waar ook doperwten werden ingeblikt. Met het warme afvalwater kwamen ook doperwten mee en daar in de buurt kon goed met erwten worden gevist.

Ook weet men dat in de buurt van kersenboomgaarden wel kersen door vissen werden gepakt. Er moet voor gezorgd worden, dat het aas als het ware zweeft, zodat het lijkt alsof het per ongeluk in het water terecht is gekomen, tenzij het op de bodem wordt aangeboden. Ook wordt gewerkt met gewenning aan bepaalde aassoorten. Een vaste visplek kan bijvoorbeeld voor karpers en brasems goed worden gemaakt met gekookte aardappelen en men kan dan ook met aardappelen vissen. Een ander voorbeeld is hennep. Het aas kan in twee hoofdsoorten worden verdeeld, namelijk in:


Vegetarisch aas
Bij vegetarisch aas moet men denken aan de mensen die geen vlees eten, die noemen zich vegetariërs. Zij eten alleen vegetarisch, dat is wat als één of andere plant groeit. Hieronder vallen brood, deeg, kaas, aardappelen en zaden.

Allereerst nemen we brood, omdat we dat in verschillende vormen als aas kennen. Meestal nemen we daarvoor goed witbrood, omdat dit brood een beetje vettig is en goed kneedbaar. Het meest geschikt daarvoor is vers brood. Niet omdat vissen, net als sommige kinderen, maar ook volwassenen, geen oud brood lusten, maar omdat dit zich goed in de gewenste vorm laat brengen. In de eerste plaats noemen we de vlok. Uit het binnenste van het brood nemen we een stukje witbrood, zo groot als we willen gebruiken. We vouwen dit om de haak heen en knijpen het licht vast. Een haak met een iets langere steel is hiervoor erg geschikt.

Je begrijpt wel, dat dit snel reageren op een aanbeet vereist, omdat de vis het aas anders van het haakje afzuigt. Als je op een aanbeet reageert en je hebt misgeslagen, is de vlok van de haak af omdat het brood in het water losweekt. Erg geschikt voor voorns en een grotere vlok voor brasems. Een pluim is ook een stukje witbrood, niet te dicht bij de korst vandaan, omdat het brood daar minder zacht is. We draaien tussen duim en wijsvinger een stukje van het brood heen en weer, waardoor het als het ware een steeltje krijgt en wat vaster in elkaar zit. Het bovenste stukje brood blijft dus los. We krijgen nu een klein bloemkooltje. We steken nu door het stevige rolletje de punt van de haak omhoog in het pluimpje, zodat de punt van de haak in het bloemkooltje blijft. Het voordeel hiervan is, dat het langer op de haak blijft zitten dan op de vlok. Het bezwaar kan zijn, dat vissen alleen maar aan het pluimpje sabbelen en dit van de haak afhalen, zonder dat ze doorbijten. De grootte van de pluim kan men groter of kleiner maken naar gelang er grotere of kleinere vissen worden gevangen. Maar denk er om, grote vissen pakken ook kleine aasjes en grote pluimen kunnen leiden tot misslagen bij kleine vissen.

Bevroren Brood
Alle vissen worden door een voerwolk aangetrokken,vaak is het belangrijk de vis niet te overvoeren. Dat bereik je door fijngemalen brood te gebruiken !!

Van brood wordt ook deeg gemaakt. Hiervoor haalt men ruimschoots de korsten van het brood en kneedt het overblijvende goed met water totdat een taaie massa ontstaat. Eventueel nog in een doek droogrollen. Aan dit deeg kunnen bepaalde smaak - en reukstoffen worden toegevoegd, maar echt nodig is dit niet. Je kunt op die manier je eigen soort deeg maken, met bijvoorbeeld een druppeltje anijsolie, of gemengd met smeerkaas en vooral in Engeland bestaan er grote aantallen reukstoffen om mee te mengen, zoals aardbeien, frambozen, bosbessen, karamel, amandelen, whisky, enzovoorts. De meningen hierover zijn zeer verdeeld, maar misschien wordt er mee bereikt, dat je met meer zelfvertrouwen vist en geloven in je eigen resultaten is reeds erg veel. Van deeg maken we een balletje of een klein rolletje, waar doorheen we de haakpunt steken. Als het deeg te zacht of te slap is raakt het heel snel van de haak. Het moet dus de juiste stevigheid hebben. Het verstevigen kan gebeuren door het deeg te mengen met een beetje aardappelmeel. Verschillende soorten deeg zijn in diverse smaken en kleuren in tubes te koop. Het kan nooit kwaad om verschillende soorten aas bij je te hebben. Om het deeg tegen uitdrogen te behoeden kan gebruik worden gemaakt van een deegspuit. Daaruit kunnen we kleine stukjes deeg persen. De deegspuit hangt de visser met een touwtje om zijn nek, om snel te kunnen werken en niet te hoeven zoeken in het gras als je hem nodig hebt. Deeg droogt snel uit en wordt brokkelig en kan niet meer op de haak worden gezet. Ook verzuurt deeg snel en verliest dan zijn aantrekkelijkheid. Vers deeg is goed en oud deeg hoort niet te bestaan. Deeg kan ook worden gemaakt met aardappelen. Deze gaan gekookt door het witbrood, goed gemengd heeft het geen water nodig. Half in de hoeveelheid brood ten opzichte van de portie aardappelen.

Enige deegsoorten:

Als men dit wil, kan men hieraan een heel klein beetje van een smaak - of geurstof toevoegen. Hierboven werd geschreven over witbrood. Net zo goed en volgens sommigen wel beter is bruin brood. Echter het bezwaar is dat de meeste soorten bruin brood minder vet bevatten en dus losser zijn en minder goed plakken bij het maken van een pluim of een vlok. Gekookte aardappelen kunnen gebruikt worden in de vorm van een klein rolletje. Hiertoe bestaan kleine stekertjes, die je in de gekookte aardappel steekt en dan met de gewenste lengte er uit haalt en op de haak zet. Ook kleine krielaardappelen kunnen worden gebruikt. Kaas kan zondermeer ook gebruikt worden. Hiervoor kunnen diverse soorten kaas worden gebruikt, zowel smeerkaas, eventueel een beetje aangemaakt met meel. Ook oude stukjes kaas kunnen het goed doen, vooral bij het voorn vissen. De aasjes kunnen dan worden gemaakt met het afgebeelde aardappelstekertje. Zo'n stekertje is zelf te maken door een klein hol pijpje met daarin een goed passend houten staafje, om het stukje kaas of aardappel er uit te drukken en op de haak te zetten. Onder brood aas, of eigen vegetarisch aas, valt ook nog de broodkorst of korstje. Dit aas blijft drijven of zweven. Een ernstige waarschuwing geldt hier voor het nemen van dit aas door watervogels. Door verschillende hengelsportverenigingen is dan ook het gebruik van de broodkorst verboden, omdat de gevolgen voor vogels zeer ernstig kunnen zijn. Als zaden kunnen in aanmerking komen: Tarwe, Maïs, Hennep, Vlierbessen en Peulvruchten. Deze zaden kunnen soms heel goede resultaten opleveren. De zaden dienen te worden geweekt en dikwijls gekookt. Dit laatste dient zo te gebeuren, dat ze nog wel op de haak blijven zitten, doch zo week zijn, dat ze door de vissen kunnen worden genomen. Hennep dient na het weken en koken zover te komen, dat de kiem loskomt. Het kookwater kan goed worden gebruikt bij het aanmaken van het voer.

Brooddeeg Speciaal

Hete Pellets
Forelli-pellets (Trouvit) vangen niet alleen maar forellen,maar haast elke zoetwatervis, maar hoe monteer je het harde aas aan de haak?

Hennepdeeg :

Succes met een eitje
Wat heb je aan het beste aas, als de vis niet bijten wil? Met een paar voertrucs breng je de vis op het juiste spoor.


Dierlijk aas
In de visserijwet noemt men bij het dierlijk aas: insecten, slachtafval, wormen en stukjes vis. Men spreekt ook wel in plaats van over dierlijk aas over niet vegetarisch of natuurlijk aas. Dit zijn insecten of andere diersoorten, die in de omgeving van het viswater of in het water voorkomen. Dus ook larven van insecten of kleine slakjes. Larven zijn diertjes in een vorm, die nog uit moeten groeien tot insecten. Een bekend voorbeeld daarvan is de larve van de kokerjuffer. Deze larve kan men aantreffen op rietstengels en andere waterplanten, waarop de eieren zijn afgezet en deze larven kunnen goed dienen voor het vissen op voorns. De laatste jaren wordt algemeen als aas gebruikt de made. Verder kan er gebruik worden gemaakt van rupsen, slakken, vliegen, pissebedden en waterdiertjes. Ook gedeelten hiervan kunnen worden gebruikt. Dit zijn immers aassoorten die de vissen kennen uit hun eigen omgeving en zullen soms vangsten opleveren als geen enkel ander aas het doet. Een stukje lunchworst behoort echter ook tot de mogelijkheden.

Als voorbeeld dit: op een najaarsdag gaan we vissen. Geen leven, zelfs geen stootje, zoals dan de term luidt. Noch op brood, noch op maden en niet op deeg. Er wordt geen visje gevangen. Één van de deelnemers heeft zijn hengelspullen in het nog vochtige gras liggen.

Naar de website van Viwo Holland

Bij het oprapen daarvan om de hengel wat langer te maken om het verder op nog eens te proberen, zitten een paar kleine naaktslakken, dus zonder huisjes op zijn spullen. Die als aas dan maar eens geprobeerd. Slechts korte tijd later gaat de dobber even omhoog en dan, floep, weg. Brasem. En dan nog één en nog één. De man, een zeer geroutineerde visser, had zich aangepast aan zijn omgeving en had daarmee succes.

Deeg van Kattenvoer


Tenslotte

Natuurlijk bestaat er geen enkele garantie, dat een bepaalde aassoort het op dat ogenblik dat U daar zit te vissen het doet. Nogmaals dus het advies: bepaal je niet altijd tot één aassoort. Zorg ervoor altijd een tweede aassoort bij je te hebben. En dan nog zijn er dagen en plaatsen waar ze het niet doen. Waarom? We weten het niet, ondanks alle theorieën. Het blijft proberen en zoeken, wat dieper, wat hoger, op de bodem of daarboven. Maar daaruit bestaat een stuk aantrekkelijkheid van het vissen en een belangrijk gedeelte van de inhoud van hengelsportbladen.

Wat hebben wormen, maïs, maden en hennep gemeenschappelijk ? Deze aassoorten zijn gevoelig voor warmte en bederven gemakkelijk of worden zuur. Houd het aas daarom in de zomermaanden goed in de koelkast. Alleen zo weet je zeker dat je maden niet voor visweekend in poppen zijn veranderd of ons uit de aasdoos gruwelijk tegemoet stinken of dat onze regenwormen rimpelend liggen te rotten. Sportvissers die over een ruime sortering aassoorten willen beschikken, schaffen al gauw een eigen koelkastje aan.